Deze vraag werd gesteld in een zaak die speelt in hoger beroep tussen de eigenaresse van twee appartementsrechten in Amsterdam tegen de Vereniging van Eigenaren (“VvE”) van het pand waarvan de appartementen onderdeel van uitmaken.
Beide appartementen behoren tot dezelfde VvE waarin in totaal vijf appartementseigenaren zich hebben verenigd. Volgens het splitsingsreglement zijn de appartementen bestemd als “woning”.

 

Ondertussen is de toeristensector “booming” in de hoofdstad. Amsterdamse woningbezitters kunnen goed geld verdienen met het verhuren van hun woning aan toeristen via websites als AirBNB. De eigenaresse wendt zich daarom tot de VvE en verzoekt om toestemming om vanuit haar appartement(en) Bed & Breakfast-activiteiten te verrichten. De VvE weigert deze toestemming omdat de VvE vreest voor (geluids)overlast, intensiever gebruik van de gemeenschappelijke ruimten en een verhoogd gevoel van onveiligheid.

 

Hierop wendt de eigenaresse van de appartementen zich tot de kantonrechter maar wordt in het ongelijk gesteld. In hoger beroep gaat het met name om de vraag of verhuur aan toeristen al dan niet onder de bestemming valt. Met andere woorden: toeristen doen in het gehuurde niets anders dan de bewoner, namelijk “wonen”, aldus de eigenaresse.

 

Het Gerechtshof gaat hier echter niet in mee en overweegt dat toeristen niet “wonen” maar “tijdelijk verblijven” in de gehuurde ruimte. Het uitoefenen van B&B activiteiten moet worden aangemerkt als bedrijfsmatige exploitatie en niet als gebruik als woning, waarmee dit gebruik in strijd is met het toepasselijke splitsingsreglement.

 

Het Gerechtshof meent bovendien dat de VvE bij weigering van de toestemming een gerechtvaardigd belang heeft vanwege de door de VvE aangevoerde belangen. De eigenaresse mag haar appartement dus niet verhuren via een shortstay-verhuur constructie.

 

De volledige uitspraak vindt u hier.

Share →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *